Veel mannen zijn niet stuk, ze dragen al te lang te veel. In deze blog neem ik je mee in een andere kijk op mentale gezondheid: niet vanuit oplossen of doorzetten, maar vanuit vertragen, voelen en thuiskomen in jezelf. Over wat er gebeurt wanneer je leert luisteren naar je lichaam, je adem en je eigen ritme. En over waarom rust geen beloning is, maar een basisvoorwaarde om mens te zijn.
Mannen en mentale gezondheid
Ik geloof niet dat mensen stuk zijn.
Ik geloof dat ze vaak te lang te veel hebben gedragen.
Ik zie mannen die functioneren, verantwoordelijkheid nemen en blijven doorgaan, ook wanneer het lichaam allang signalen geeft dat het anders mag. Mannen die hun rol serieus nemen, in hun werk, in hun gezin, in de wereld, maar daarbij langzaam het contact verliezen met zichzelf, met rust, met richting en met dat stille weten van binnen dat niet in woorden te vangen is.
Mijn eigen pad liep langs diezelfde lijnen.
Niet via een plotseling keerpunt, maar via het langzaam ontdekken dat doorgaan niet hetzelfde is als leven, en dat kracht niet zit in volhouden, maar in durven vertragen en werkelijk aanwezig zijn bij wat zich aandient, ook als dat ongemakkelijk, onduidelijk of stil is.
Wat mij raakte, en nog steeds raakt, is hoe weinig ruimte er is voor mannen om te landen. Om niet te hoeven presteren, oplossen of verklaren, maar simpelweg te zijn. Om te voelen wat er onder de oppervlakte leeft, zonder daar meteen iets van te moeten maken.
In mijn werk creëer ik die ruimte.
Ik werk met adem, lichaam en natuur omdat deze geen oordeel kennen. De adem liegt niet. Het lichaam vertelt altijd de waarheid, ook wanneer het hoofd die liever overslaat. De natuur nodigt uit tot vertraging, tot perspectief, tot herinneren wie we zijn voorbij onze rollen en verwachtingen.
Ik geloof dat mentale gezondheid niet ontstaat door harder aan jezelf te werken, maar door opnieuw contact te maken met je eigen natuur, met je ritme, je grenzen, je gevoeligheid en je veerkracht. Door te leren luisteren in plaats van te sturen. Door ruimte te geven aan wat gevoeld wil worden, zodat het niet langer op de achtergrond hoeft te schreeuwen.
Mijn begeleiding is persoonlijk, aandachtig en bewust begrensd. Ik werk met een klein aantal mensen tegelijk, omdat echte verandering tijd, nabijheid en veiligheid vraagt. Geen vaste protocollen, geen snelle oplossingen, maar afstemming. Steeds weer kijken: wat dient zich hier aan, en wat heeft dit moment nodig?
Ik zie mijn rol niet als iemand die antwoorden geeft, maar als iemand die helpt vertragen, spiegelen en teruggeven wat ik hoor en voel, zodat jij jezelf weer kunt ontmoeten. Niet als een betere versie, maar als een meer volledige.
Mijn verlangen is om bij te dragen aan een wereld waarin mannen niet hoeven te verharden om staande te blijven, waarin zorg voor mentale gezondheid begint bij preventie en aanwezigheid, en waarin we opnieuw leren dat rust geen beloning is, maar een basisvoorwaarde om mens te zijn.
Dit is geen uitnodiging tot verandering.
Dit is een uitnodiging tot thuiskomen.
